| BOEKENBABBEL (Sim Simons) |
Patrick Spriet - COLTRANE, TRAPPIST & DIKKE MAURICE - herinneringen aan de Brugse Free Jazz Club De Spiegel - exclusief themanummer van het literaire tijdschrift KRUISPUNT, 1998, 110pp. Bestellen bij KRUISPUNT Boeveriestraat 8 te 8000 Brugge, door overschrijving van 450 Bef op nummer 121-0403911-81 met vermelding Spiegel.
Ik heb er mijn jeugd en mijn toekomst verwoest en ook nog mijn spaarcenten verspild; maar toch dank ik de goden dat ik het Spiegel-avontuur heb mogen meemaken, schrijft Patrick Spriet in zijn inleiding. Zijn inleiding, want het werk is in se een persoonlijke neerslag van zijn intrede in de jazz in het algemeen en van De Spiegel in het bijzonder.
De Spiegel was wat nu een bruine kroeg heet aan de Spiegelrei in Brugge. Waard was Maurice Vande Vennet, Maurice-van-De-Spiegel - een imposant zwaargewicht, zoals zou blijken ook in de appreciatie van de free jazz of vrije geïmproviseerde muziek zoals je t beter, maar toch ook niet helemaal correct kan noemen. De kroeg opende voorjaar 1968 - auteur deed er zijn intrede zon drieëneenhalf jaar later. Hij zag en hoorde dat het goed was, al vergingen horen en zien door de keiharde voorgrondmuziek voor de achtergrondgesprekken ...
Soms organiseerde Maurice ook concerten met o.m. Pierre Courbois (cf zijn voor die dagen schunnige plaattitel Rock Around The Cock) en Mal Waldron, maar bepalend voor later werd eind 1971 een optreden met Peter Brötzmann, Fred Van Hove en Han Bennink. De nieuwe religie deed haar intrede, de jazz uit de boxen maakte de historische sprong mee, op een nieuw podium verscheen een nieuwe kleine vleugel, nieuw tot Fred Van Hove hem eind juni 1972 inspeelde. Fred had toen net zijn eerste plaat voor Vogel gemaakt, het label van criticus Mon Devoghelaere aan wie Spriet zijn relaas overigens ontroerend en terecht opdraagt.
Maurice was (en is) niet zon conventionele figuur, soms zelfs een heel klein beetje moeilijk. In De Spiegel liet hij critici en musici entree betalen, eiste stilte en aandacht van het publiek en weigerde drankjes te serveren tijdens de set zelf. Je leert hem, naargelang het relaas van Patrick Spriet vordert, steeds beter kennen. Wat mij er nu al toe leidt twee pijlers te vermelden waarop de onmisbaarheid van dit boek steunt: de voortreffelijke en met voetnoten gefundeerde geschiedschrijving én de vlot leesbare stijl, vol knipoogjes en humor. Het is geen relaas, maar een intense belevenis, ook voor de lezer, ook voor de liefhebber, die nog nooit van De Spiegel gehoord had.
Defileert verder het kruim van de free-beweging: Mengelberg, von Schlippenbach, de meisjes-aan-de-macht Nicole Van den Plas, Irène Schweitzer, Liliane Vertessen, Jeanne Lee. Krijgt het Paasfestival ruime aandacht, legt de auteur links naar verwante musici en gebeurtenissen elders, vertelt hij over subsidies, geluidsoverlast, andere excentriciteiten van de waard, de verhuis in 1975 naar wat De Nieuwe Spiegel werd aan de Brugse Ezelstraat, tot nieuwjaar 1977, het vervolg - het was niet meer zoals het geweest was, de stuiptrekkingen van dikke Maurice (inclusief de talloze verhuizingen) tot voorin de jaren negentig.
De betekenis van Coltrane en Trappist zal inmiddels wel duidelijk zijn, de waarde van het boek ook: een luchtig, uitstekend gedocumenteerd stuk dat voorbeeldig past in de Belgische historische jazzpuzzel.
Neem je tijd, want je leest het in één trek uit.
Songs (BV Haast 9612)