Zomerfestivals: volgens Frank Deboosere was alles in orde (Emile Clemens)

Wat een rare zomer! De mosselen moesten met een vergrootglas gegeten worden en het weer leek meer op een bij elkaar gesampelde plaat dan op een mooie suite. In de Alpen vroor het min twaalf, de Donau, de Moldau en de Elbe werden van frisse deernen, die romantische zielen in hogere sferen brengen, omgetoverd in brullende feeksen, die met aanzwellende wellust hele steden probeerden te verzwelgen.
En België werd overspoeld door jazz. Bijna kreeg jazz evenveel aandacht als Elvis Presley verkleed als Helmut Lotti.
Op 14 juni begon Jazz’halo aan een zomers viergangen jazzmenu. Met een hittegolf: veertig graden in Italië.

Een Italiaans menu

Het “Terni in Jazz Fest” werd voor de tweede maal georganiseerd.
Terni, een provinciestad met 110.000 inwoners, ligt in Umbria, op een goed anderhalf uur sporen van Rome. Tijdens WO II werd de staalfabriek in de buurt intensief gebombardeerd en de stad kreeg – per vergissing natuurlijk - ook een lading bommen over zich heen. Veel historische gebouwen staan er dan ook niet meer en de meeste huizen hebben de wat karakterloze architectuur van de jaren vijftig. Maar ze hebben nog een Romeins amfitheater.
De moderne gladiatoren van dienst waren o.a. Bobo Stenson, Bruno Lauzi, Jimmy Scott, Dave Liebman, Toots Thielemans; de ringmeesters Luciano en Antonio Vanni.

Het Festival duurde drie dagen. De stad had zich een jazzsfeer aangemeten: streetbands in de winkelstraten, aftermidnight-concerten in restaurants en clubs en versiering van alle winkeletalages. De eyecatcher was een leeg soepblik, afgekeken van Andy Warhol’s Campbell’s Soup, een ideetje dat Antonio Vanni in het Moma in New York opgedaan had.
Er was plaats voor 2000 mensen in het amfitheater maar de helft van de stoelen bleef leeg. Alleen op de laatste avond liep het amfitheater vol voor de Italiaanse crooner Bruno Lauzi en voor Toots Thielemans (in duo met Karel Boehlee). Toots, ook niet van gisteren, zag zijn kans om het publiek te charmeren. Hij riep Lauzi bij zich op het einde van zijn set voor een Bluesette-improvisatie. Lauzi neuriede, Toots speelde gitaar en de Italiaanse dames in hun menopauze zwijmelden. Het had een reclamespot voor Bertolli-olijfolie kunnen zijn.
Wij degusteerden het complete menu.
“The Three Tenors” werden met Italiaanse overdrijving voorgesteld als de beste tenorsaxofonisten van het ogenblik. Frank Tiberi, Dave Liebmann en George Garzone met Antonio Farao (piano), Jeremy Allen (bass) en Billy Hart (drums) brachten een klassiek verhaal: goed, maar al vaak gehoord. Jimmy Scott was zielig. Zijn laatste album mag dan “Holding back the years” heten, maar op zijn zevenenzeventigste komt hij adem te kort om zijn typisch stemgeluid en speciaal timbre nog voldoende kracht mee te geven.
De enige verrassing kwam van het trio Clastrier-Riessler-Rizzo. Uit zijn futuristische draailier, die hij zelf ontworpen heeft, haalt Clastrier meeslepende melodieën en opzwepende beats ter ondersteuning van rietblazer Michael Riessler. Carlo Rizzo doet leuke dingen met zijn elektronisch versterkte tamboerijn, maar jammer genoeg lijden virtuozen vaak aan dezelfde ziekte: ze weten van geen ophouden.
De zwoele zomernachten, de Italiaanse charme en de perfecte organisatie maakten van het “Terni Jazz Fest” een feest. Probleemloos was het niet gegaan, want pas midden mei hadden ze groen licht – en subsidies – gekregen van het stadsbestuur.
De Vanni-broers hadden ook het initiatief genomen om een “First European Jazz Journalists Meeting” te organiseren met collega’s uit Frankrijk, Italië, Spanje en Denemarken. Altijd interessant om eens bij anderen in de keuken te mogen kijken en te leren dat er één ingrediënt is dat voor iedereen moeilijk te vinden is: geld.


Het Belgisch festijn

Veel volk voor Parkjazz in Kortrijk. Zelfs de burgemeester en CD&V-voorzitter zette zichzelf van ’s middags tot ’s avonds graag in het jazzzonnetje. Het mooie weer zal wel een rol gespeeld hebben en het feit dat Kortrijk dat weekend 700 jaar Guldensporenslag vierde, maar de affiche mocht er ook zijn. Philippe Catherine is altijd goed voor een publiek dat maar één keer per jaar naar jazz luistert. Renaud Garcia Fons en Jean-Louis Matinier brachten een perfecte “Fuera” en Omar Sosa en zijn Cubanen deden de tent uit de bol gaan met opzwepende percussie. Maar ook hier weer: ze weten nooit wanneer ze moeten stoppen.

Nog meer volk in Gent voor het eerste Blue Note Festival in Gent twee weken later. Grote namen op de affiche, de Gentse Feesten en een behoorlijk budget voor reclame. Maar Abdulah Ibrahim had waarschijnlijk iets verkeerds gegeten. Het concert dat hij bracht, was ook niet echt geschikt voor een festival: meer iets voor bij het haardvuur. Elvin Jones, Stacey Kent, Don Byron, Joe Lovano & Co., het publiek wist het allemaal te smaken.

Op 15 augustus was het hoogzomer en dat liet het ergste vrezen voor Brugge Jazz, maar het mag nu wel eens duidelijk zijn: jazz trekt volk. De eerste drie dagen zochten zo’n 900 mensen de koelte van de nieuwe concertzaal op en de slotdag was uitverkocht. Het publiek genoot, werd verrast en keek al eens verbaasd rond, bijvoorbeeld tijdens het optreden van het Ramon Lopez Quartet met Phil Minton. In de pauze kwamen de mensen op verkenning langs de infostands waar o.a. de cd Songs of the Spanish Civil War te koop aangeboden werd:
“Denkt u dat zoiets thuis nog te beluisteren is?”
“U moet er een paar keer na mekaar naar luisteren om erin te geraken.”
“Dat zal ik dan wel alleen moeten doen.”
“De cd is heel geschikt om te draaien als u bezoek heeft dat u graag het huis uit krijgt.”
“Daar zit iets in.”
“Uw schoonmoeder, bijvoorbeeld.”
De man heeft de cd gekocht. Marketing heeft vele vormen.

Parkjazz in Kortrijk deed het in de zon, Blue Note Festival in de regen en Brugge Jazz 2002 nam geen risico’s en deed het binnen.


Iets aan de hand?

Is er een opstoot van jazz in België? Een revival?
Het Nationaal Instituut voor de Statistiek publiceerde in augustus de resultaten van een enquête naar de muzikale smaak van de Belgen. 15,2% van de bevolking ging in 2001 naar jazzconcerten en 9,5% naar de opera. Daarmee komt jazz op de vijfde plaats, vóór dance en house, wereldmuziek, techno, rap, opera en operette.
Om het volk naar de tent of zaal te lokken zijn er een paar voorwaarden die ingevuld moeten worden: een stevige affiche, een goede organisatie en veel media-aandacht.
“Als men er maar genoeg toeters en bellen aanhangt, kan men alles verkopen”, hoorde ik Johan Anthierens ooit zeggen.
Een deel van de jeugd heeft ontdekt dat er in de jazz wat te beleven valt, meer dan in saaie popmuziek. Ze waren opvallend aanwezig op de festivals. Of ze ooit evenveel publiek zullen trekken als Beach of Rock Werchter valt te betwijfelen, maar één ding is duidelijk: jazz is muziek van vandaag.



homepage